Redenen waarom mensen van donorconceptie afzien

De wens voor een kind kan groot zijn. Voor sommige mensen is het krijgen van een kind niet mogelijk, bijvoorbeeld bij onvruchtbaarheid, een relatie tussen twee vrouwen of als je alleenstaand bent. Dan kan donorconceptie een optie zijn, bijvoorbeeld met donorzaad of eiceldonatie. Tegelijk is het een keuze die je niet zomaar maakt. Dit traject kan vragen en twijfels oproepen over jezelf en over de toekomst van je kind. 

Twijfel je over donorconceptie? Dat is heel begrijpelijk. Hieronder lees je veelvoorkomende redenen waarom wensouders kunnen twijfelen, en vragen die je kunnen helpen bij het maken van een keuze. 

Tweeoudergezinnen: hoe ga je om met verschil in biologische band?

Na donorconceptie is er in een gezin altijd een verschil in biologische band: de ene ouder is genetisch verwant aan het kind, de andere niet. Vanaf het moment dat je de keuze maakt voor donorconceptie, kan dit wat losmaken bij jullie als ouders. 

Bij de ouder zonder genetische band kan dit allerlei gevoelens oproepen. Bijvoorbeeld:

  • Onzekerheid naar de buitenwereld
    Hoe reageer je als iemand zegt: “Wat lijkt je kind sprekend op zijn vader!”, terwijl jij die vader bent zonder biologische band? Of: “Wie is de echte moeder?”
  • Angst voor minder gezag
    Je kunt je afvragen: “Mag ik mijn kind wel streng toespreken? Accepteert mijn kind mij later wel als ouder?”
  • Jaloezie of gemis
    Het kan confronterend zijn om je partner en kind samen te zien en overeenkomsten te herkennen die jij niet met je kind hebt.
     

Ook voor de ouder met een genetische band kan het verschil ongemakkelijk zijn.

  • Als de niet-genetische ouder het kind (te) streng toespreekt, kan je denken dat dit komt omdat er geen genetische band is.
  • De genetische ouder kan zich meer verantwoordelijk voelen voor het kind.
  • In een tweemoedergezin kan de genetische moeder de andere moeder meer tijd met het kind gunnen en zichzelf daarmee tekort doen.
     

Kunnen jullie dit samen dragen?

Een verschil in genetische band zal altijd zo blijven. Gevoelens hierover kunnen in de loop van de tijd wél veranderen, maar het blijft onderdeel van jullie gezin. Daarom is het belangrijk om hier samen vooraf voldoende en eerlijk bij stil te staan. Hoe is dat voor jullie op dit moment? En stel dat dit in de toekomst verandert?

Durven jullie het hierover te hebben, ook als het ongemakkelijk is? Is er ruimte voor gevoelens zoals onzekerheid, jaloezie of twijfel, zonder dat die meteen opgelost hoeven te worden? En kunnen jullie elkaar daarin blijven zien en steunen? Het is belangrijk om hierover samen in gesprek te gaan én te blijven. 

Alleenstaand en donorconceptie: vragen die alleen bij jou liggen

Als je als alleenstaande kiest voor donorconceptie, ben jij de enige opvoedouder en de enige schakel naar het verhaal van je kind. Dat brengt specifieke vragen en verantwoordelijkheden met zich mee.

Je kind heeft maar één ouder om op terug te vallen als het gaat om vragen over zijn of haar afkomst. Vragen zoals: “Waarom heb ik geen vader/moeder?” en “Wie is de donor?” komen volledig bij jou terecht. Er is geen partner met wie je dit kunt delen of met wie je samen deze vragen kan beantwoorden. 

Je kunt je afvragen:

  • Voel ik mezelf genoeg als enige ouder?
  • Mist mijn kind iets omdat de andere biologische ouder niet in beeld is?
  • Doe ik mijn kind tekort door ons gezin op deze manier te vormen?
  • Wat gebeurt er als ik ziek word en niet meer zelfstandig voor het kind kan zorgen?
     

Zeker wanneer je kind andere gezinnen ziet, kunnen deze vragen sterker worden. Bij je kind, maar ook bij jou.

Kun en wil je dit dragen?

Kun je deze verantwoordelijkheid alleen dragen, ook op de moeilijke momenten? Hoe ga je om met twijfel, vragen van je kind of gevoelens van gemis? En heb je mensen om je heen met wie je kunt sparren of die je kunnen ondersteunen? Als alleenstaande kan het waardevol zijn om stil te staan bij wat dit op lange termijn van jou vraagt.

De donor hoort erbij

Voor jullie als (wens)ouders is de donor belangrijk; anders kun je geen kind krijgen. In de afgelopen decennia hebben we geleerd dat de donor ook heel belangrijk is voor donorkinderen. Ook zonder opvoedrol is de donor onderdeel van het gezin. Hij of zij maakt deel uit van het levensverhaal van je kind en daarmee van jullie gezin.

Dat betekent niet dat een donor een derde ouder wordt of een plek in het dagelijks gezinsleven moet krijgen. Wel vraagt het van jou als ouder dat je ruimte kunt maken voor het bestaan van de donor voor je kind. Het bestaan van de donor moet een vanzelfsprekend onderdeel zijn van gesprekken binnen het gezin en je kind moet de ruimte voelen om er vragen over te stellen.

In de praktijk komt dit vaak terug in kleine, menselijke vragen van kinderen:

  • Je kind kijkt in de spiegel en vraagt: “Van wie heb ik deze krullen of deze neus?”
    Kun je dan met openheid en warmte over de donor praten? 
  • Een kind kan al jong nieuwsgierig zijn: “Welke sport doet de donor?” of “Houd de donor ook van vla?”
    Kun je die nieuwsgierigheid ruimte geven, zonder het gevoel te krijgen dat jouw plek als ouder onder druk staat? 
  • Er kan een moment komen dat je kind zegt: “Ik wil de donor ontmoeten, want ik wil meer van hem weten.” Kun je hierin meegaan, zonder dat het voelt alsof jij daardoor minder belangrijk wordt als ouder? Kinderen hebben ruimte om van meerdere ouders te houden; je verliest geen liefde als er een ouder bij komt. Hoe voelt dat voor jou?
  • Of er komt een moment dat je kind zegt: “Ik wil graag mijn halfbroertjes  en -zusjes ontmoeten.” Hoe kijk je hier tegenaan?

Twijfels over donorconceptie mogen er zijn

Twijfel of ongemak betekent niet automatisch dat donorconceptie geen goede keuze is. Maar het is wel een signaal om hier bewust bij stil te staan. Het idee van een donor kan veel spanning geven, omdat je de donor misschien wel het liefst zou willen vergeten of buiten je gezin wil houden. Het idee dat je kind later een verbondenheid voelt met de donor, kan pijnlijk of bedreigend voelen.

In zulke situaties kan het waardevol zijn om eerlijk stil te staan bij de vraag of donorconceptie echt bij je past. Juist door hier vooraf bewust bij stil te staan, vergroot je de kans op een veilige en open omgeving voor een toekomstig kind. Soms is het nog niet het juiste moment, omdat je merkt dat het idee te zwaar op je schouders drukt. Het is goed om daarover te praten. Soms is de conclusie dat dit toch niet bij jou past en ook dat is een begrijpelijke en liefdevolle uitkomst. 

Donorconceptie is niet voor iedereen de juiste keuze en het is goed om dat te erkennen. Afzien van donorconceptie kan ook een bewuste, zorgvuldige en liefdevolle keuze zijn.

Delen op: FacebookTwitter