Spermadonor worden bij een spermabank
Denk je erover om spermadonor te worden? Dan wil je waarschijnlijk eerst rustig begrijpen wat het precies inhoudt. Sperma doneren kan wensouders helpen bij hun kinderwens, maar het is ook een keuze met praktische, medische, juridische en persoonlijke gevolgen.
Als spermadonor kun je bijdragen aan het ontstaan van een kind. Dat kind kan later vragen hebben over zijn of haar biologische afkomst. Daarom is het belangrijk om vooraf goed te weten hoe donorschap werkt, welke gegevens worden vastgelegd en wat dit op langere termijn kan betekenen.
In dit artikel lees je wat een spermadonor is, wie donor kan worden, hoe sperma doneren via een spermabank verloopt en welke vragen je jezelf kunt stellen voordat je de volgende stap zet.
Het is ook mogelijk om donor te worden voor iemand die je kent (of leert kennen). Dit wordt vaak doneren als bekende donor genoemd.
Waarom worden mannen spermadonor?
Mannen worden meestal spermadonor omdat ze anderen willen helpen bij het vervullen van een kinderwens. Voor alleenstaande vrouwen, vrouwenstellen en heterostellen met vruchtbaarheidsproblemen kan donorsperma nodig zijn om zwanger te worden.
Spermadonor worden is een persoonlijke keuze met veel gevolgen. Je donatie kan leiden tot de geboorte van een kind dat genetisch aan jou verwant is. Dat kind kan later vragen krijgen over zijn of haar afkomst, medische achtergrond of over wie jij bent.
Daarom is het goed om vóór je aanmelding stil te staan bij de lange termijn. Donorschap gaat verder dan het moment van doneren.
Hoe ziet het medisch onderzoek eruit?
- De donor vult een uitgebreide medische vragenlijst in
- De donor wordt onderzocht op seksueel overdraagbare aandoeningen
- De kwaliteit van het sperma van de donor wordt onderzocht.
- De donor krijgt een klinisch genetisch onderzoek
Een arts beoordeelt de uitkomsten. Donoren met milde erfelijke aandoeningen kunnen worden geaccepteerd als donor (denk dan bijvoorbeeld aan kleurenblindheid). Niet iedere spermabank zal dat ook doen.
Een man die niet helemaal gezond is, of bij wie erfelijke ziektes in de familie zijn wordt afgewezen en kan geen donor worden. Ook als de kwaliteit van het sperma niet goed is, wordt een donor afgewezen.
Hoe ziet het psychologisch onderzoek eruit?
De donor heeft een gesprek met een deskundige van de spermabank. Dat kan een psycholoog, een maatschappelijk werker of een gespecialiseerde arts zijn. Dit gesprek gaat over:
- Zijn motivatie: waarom wil hij donor worden?
- Wat het betekent om spermadonor te zijn:
- Minimaal 1x per maand naar het ziekenhuis komen om te doneren, gedurende een of twee jaar
- Er worden kinderen geboren van wie hij de biologische vader is
- Die kinderen mogen in de toekomst weten wie hij is en willen hem misschien ook ontmoeten
- Het is belangrijk dat zijn eventuele partner en/of gezin weten van zijn donorschap
- Het aantal gezinnen waarvoor hij donor mag zijn is op dit moment 12 gezinnen. Per gezin kunnen er meerdere kinderen verwerkt worden. Een donor kan kiezen om voor minder gezinnen donor te willen zijn.
Het belangrijkste is dat een donor goed weet waar hij aan begint. Als de deskundige daarover twijfelt, zal hij aan de donor vragen er eerst nog eens over na te denken. De donor kan terugkomen voor één of meer extra gesprekken.
De meeste mannen worden donor omdat zij anderen willen helpen. Soms willen mannen donor worden omdat zij zich willen voortplanten of omdat zij nieuwsgierig zijn naar hun vruchtbaarheid. Het is goed om te beseffen dat donorschap daarvoor niet bedoeld is.
Wie kan er spermadonor worden?
Niet iedere man kan spermadonor worden. Klinieken en spermabanken hanteren voorwaarden om de gezondheid van wensouders, donorkinderen en donors te beschermen.
Meestal zoeken klinieken gezonde mannen tussen ongeveer 18 en 45 jaar, met goede spermakwaliteit en zonder ernstige erfelijke aandoeningen. De precieze voorwaarden verschillen per kliniek.
Ook je motivatie en mentale gezondheid kunnen worden besproken, zodat duidelijk is dat je de keuze bewust en vrijwillig maakt.
Een medische screening hoort ook erbij. Je wordt getest op infectieziekten zoals hiv, hepatitis en andere soa’s. Tijdens de donorperiode kunnen herhaalde controles nodig zijn om risico’s te beperken.
Er zijn in Nederland 8 spermabanken.
Hoe werkt sperma doneren via een spermabank?
Sperma doneren via een spermabank is een traject dat zorgvuldig ingericht is, omdat er meerdere belangen spelen: die van jou, de wensouders en vooral van het toekomstige kind.
Aanmelden
De eerste stap is aanmelden bij een spermabank of fertiliteitskliniek. Vaak vul je eerst een formulier of vragenlijst in. Daarin geef je informatie over je leeftijd, gezondheid, achtergrond en motivatie.
Op basis daarvan bekijkt de kliniek of je mogelijk geschikt bent om verder te gaan in het traject.
Medische en psychologische screening
Daarna volgt meestal een uitgebreidere screening. Je spermakwaliteit wordt onderzocht, je medische voorgeschiedenis wordt besproken en je wordt getest op infectieziekten.
Ook een gesprek over motivatie en de betekenis van donorschap kan onderdeel zijn van het traject. Daarin bespreek je bijvoorbeeld hoe je kijkt naar identificeerbaar donorschap, registratie en de mogelijkheid dat een donorkind later informatie over jou wil.
Donorcontract en donorpaspoort
Als je geschikt bent als donor, worden afspraken en gegevens vastgelegd. Dat gebeurt onder andere via een donorcontract en registratie bij de betrokken instanties.
In het donorcontract staan de volgende afspraken:
- De donor vindt het goed dat zijn persoonlijke gegevens bewaard worden bij het College Donorgegevens kunstmatige bevruchting (Cdkb)
- Zijn toekomstige donorkinderen mogen weten wie hij is
- De donor zorgt ervoor dat hij geen SOA kan krijgen in de periode dat hij doneert
- De donor zegt gezond te zijn en belooft de arts van de spermabank te laten weten als hij belangrijke medische informatie heeft
- De donor vindt het goed om voor 12 gezinnen* te doneren (of voor minder als dat met hem afgesproken is)
- De donor belooft dat hij niet buiten de spermabank om zal doneren.
Ook wordt er vaak een donorpaspoort opgesteld. Daarin kan informatie staan over je motivatie, persoonlijkheid, opleiding, beroep, hobby’s, uiterlijk en gezinssituatie. Deze informatie kan later donorkinderen helpen om een completer beeld te krijgen van hun biologische afkomst.
Regelmatig doneren
Spermadonor worden betekent meestal dat je voor langere tijd beschikbaar bent. Een donor komt één keer per maand of vaker naar de spermabank om te doneren. Elke keer als hij doneert moet hij een vragenlijst invullen over zijn gezondheid.
Dat vraagt praktische ruimte in je agenda. Je moet afspraken kunnen nakomen en bereid zijn om gedurende het traject contact te houden met de kliniek.
2-3 dagen voordat de donor sperma gaat inleveren, mag hij geen zaadlozing hebben. Hij produceert sperma in een speciaal kamertje bij de spermabank in de kliniek en levert het potje daar gelijk in. Hij ontvangt voor elke donatie een onkostenvergoeding.
* Na aanpassing van de Wdkb is er per 1 april 2025 een landelijk register waarin donoren van alle spermabanken worden opgenomen. In dat register wordt bijgehouden voor hoeveel wensmoeders een donor al ingezet is.
Heeft een spermadonor zeggenschap?
Een donor kan niet zeggen voor wie zijn sperma wel of niet gebruikt mag worden. Hij doneert zijn sperma aan de spermabank. De spermabank kiest welke donor voor welke wensouder(s) gebruikt wordt. Een donor krijgt nooit informatie over de identiteit van de ouder(s) of het kind.
Een donor kan altijd om begeleiding vragen. En een donor mag het sperma dat hij gedoneerd heeft en wat ingevroren is, laten vernietigen als hij niet meer wil dat het wordt gebruikt.
Bewaren van sperma
In het laboratorium van de spermabank wordt het sperma bewerkt en ingevroren. Ingevroren sperma kan heel lang bewaard worden. Wel is het zo dat ingevroren sperma iets minder goed is dan vers sperma. Hiermee wordt rekening gehouden bij de behandelingen.
Het sperma wordt niet meer gebruikt als de donor 57 jaar of ouder is (een donor mag tot z’n 46e sperma doneren). De kans wordt anders te groot dat de donor al overleden is als de kinderen contact met hem zoeken als ze 16 jaar of ouder zijn.
Een donor produceert zo vaak sperma dat het genoeg is om het aantal gezinnen mee te helpen wat met hem is afgesproken. Dat kunnen maximaal 12 gezinnen zijn. Hoeveel kinderen daar uiteindelijk door geboren worden kan je niet echt weten.
Hoeveel gezinnen mag een spermadonor helpen?
In Nederland mag zaad van één spermadonor voor maximaal 12 gezinnen worden gebruikt. Deze limiet is bedoeld om het aantal genetisch verwante kinderen per donor overzichtelijk te houden.
Wensouders mogen meerdere kinderen van dezelfde donor krijgen. Een spermadonor kan er ook voor kiezen om minder dan 12 gezinnen te willen helpen. Meer mag niet. Het maximum van 12 gezinnen is vastgelegd in de aangepaste Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting die per april 2025 van kracht is.
De regels en registraties helpen voorkomen dat één donor bij te veel gezinnen wordt gebruikt, ook wanneer hij via meerdere klinieken zou doneren.
Waarom bestaat er een limiet?
De limiet is er om donorkinderen, wensouders en donors te beschermen. Als één donor veel nakomelingen heeft, kan dat later ingewikkeld zijn. Bijvoorbeeld wanneer donorkinderen ontdekken dat zij veel halfbroers en halfzussen hebben.
Een duidelijke grens helpt om donorconceptie zorgvuldig en overzichtelijk te houden.
Kun je anoniem spermadonor zijn in Nederland?
In Nederland kun je niet meer volledig anoniem spermadonor zijn zoals vroeger. Sinds de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting hebben donorkinderen recht op informatie over hun biologische afkomst.
Dat betekent niet dat wensouders jou automatisch persoonlijk kennen. Wel worden jouw gegevens geregistreerd, zodat het kind later informatie kan opvragen volgens de regels die daarvoor gelden.
Wat mag een donorkind weten?
Er zijn verschillende soorten gegevens. Ouders kunnen bepaalde lichamelijke en sociale gegevens opvragen wanneer het kind jong is. Vanaf 12 jaar kan het kind zelf informatie vragen over:
- fysieke kenmerken
- opleidingen
- beroep
Vanaf 16 jaar heeft het kind de recht om persoonsgegevens van de donor opvragen, zoals:
-
voor- en achternaam
-
geboortedatum
-
woonplaats
Deze persoonsidentificerende gegevens worden pas aan het kind gegeven als de donor schriftelijk heeft laten weten dat goed te vinden.
Vindt de donor dat niet goed, en maakt hij bezwaar tegen het geven van deze informatie, dan moet de donor toelichten waarom hij dat niet wil. Een commissie beoordeelt of de donor voldoende argumenten heeft om deze informatie niet aan het kind te willen geven. ‘Zwaarwegende belangen’ wordt dat genoemd. Bijna altijd zullen de gegevens wel aan het kind worden gegeven.
Als de donor is overleden of onvindbaar is, kan in sommige gevallen aan familie worden gevraagd of zij instemt met het delen van gegevens over de donor.
Dit is een belangrijk onderdeel van spermadonor worden. Het zorgt ervoor dat donorkinderen later meer kunnen leren over hun biologische achtergrond.
Krijgt een spermadonor geld voor zijn donaties?
Het is in Nederland verboden om sperma te verkopen. Een donor krijgt dan ook geen geld voor zijn donaties. Hij krijgt alleen een onkostenvergoeding. Die is maximaal € 75 per keer dat hij doneert.
Contact of een ontmoeting?
Met de persoonsidentificerende gegevens kan het kind contact met de donor zoeken. Misschien wil zij hem ook ontmoeten. Als de donor dat ook goed vindt, wordt de ontmoeting begeleid, bijvoorbeeld door Fiom.
Wettelijk is de donor nergens toe verplicht. Hij weet alleen zeker dat de kinderen die uit zijn sperma geboren worden, zijn gegevens krijgen en contact kunnen zoeken.
Kinderen zijn waarschijnlijk nieuwsgierig naar hun donorvader, en hebben vragen over hun afstamming en over de donor als persoon. Voor de ontwikkeling van kinderen is het goed als zij antwoorden krijgen op deze vragen. Daarom heeft een donor misschien wel een maatschappelijke verplichting om deze kinderen te laten zien van wie zij voor de helft genetisch afstammen. Waar een deel van hun DNA vandaan komt.
Behoefte aan contact met anderen spermadonoren? Priamos is het platform waar spermadonoren elkaar ontmoeten.
Wat zijn de gevolgen van spermadonor worden?
Spermadonor worden kan praktische, emotionele en toekomstige gevolgen hebben. Sommige gevolgen merk je tijdens het traject, zoals afspraken bij de kliniek. Andere gevolgen kunnen pas later een rol spelen, bijvoorbeeld wanneer een donorkind informatie over jou opvraagt.
Voor jezelf
Voor jezelf kan donorschap verschillende betekenissen hebben. Misschien voelt het bijzonder om bij te dragen aan iemands kinderwens. Misschien vraag je je later af hoeveel kinderen er met jouw hulp zijn geboren. Ook privacy en toekomstig contact kunnen onderwerpen zijn waar je over nadenkt.
Het helpt om vooraf te weten welke gegevens worden vastgelegd en wat er later met die gegevens kan gebeuren.
Voor je partner of gezin
Heb je een partner of gezin, dan kan het waardevol zijn om je keuze met hen te bespreken. Donorschap raakt niet alleen jou, maar kan ook vragen oproepen bij mensen die dichtbij je staan.
Een open gesprek kan helpen om verwachtingen, gevoelens en mogelijke toekomstige situaties samen te verkennen.
Voor het donorkind
Voor een donorkind kan informatie over de donor belangrijk zijn. Niet ieder donorkind heeft dezelfde behoefte, maar de mogelijkheid om informatie te krijgen kan bijdragen aan het begrijpen van de eigen afkomst.
Daarom is zorgvuldige registratie belangrijk. Ook informatie in een donorpaspoort kan later waardevol zijn, omdat het iets vertelt over de persoon achter de donatie.
Veelgestelde vragen
Een kind ontvangt geen informatie over de donor als zij daar zelf niet om vraagt. Vanaf 12 jaar kan een kind bij het College Donorgegevens niet-identificeerbare informatie opvragen uit het donorpaspoort (zoals lichamelijke kenmerken, motivatie en persoonskenmerken). Vanaf 16 jaar mag zij ook de identificeerbare gegevens opvragen, waardoor zij weet hoe de donor heet, hoe oud hij is en waar hij woont.
Ouders kunnen na de geboorte van het kind de niet identificeerbare gegevens al opvragen bij het College Donorgegevens.
Als een kind op een kunstmatige manier verwekt is met hulp van een donor van de spermabank is er geen sprake van juridisch ouderschap en kan een kind niet erven van de donor en ook niet andersom.
Sinds 1 juni 2004. Toen is in Nederland de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting in werking getreden. De wet geldt voor sperma-, eicel- en embryodonoren. Er kan alleen gedoneerd worden als de donor ermee instemt dat zijn of haar gegevens landelijk geregistreerd worden. De Stichting Donorgegevens bewaart de gegevens. Donorkinderen kunnen vanaf de leeftijd van 16 jaar de identificerende persoonsgegevens van de donor opvragen.
Een donor mag in Nederland worden ingezet voor maximaal 12 gezinnen. Een donor kan er ook voor kiezen om minder dan 12 gezinnen te willen helpen. Meer mag niet.
Deze regel geldt sinds 2019 en is gebaseerd op het Landelijk Standpunt Spermadonatie van NVOG/KLEM. Vóór 2019 gold de grens van 25 kinderen per donor. Met de nieuwe regel is dit aantal losgelaten. Bij de aanpassing van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting in 2025 is het maximum van 12 gezinnen per donor ook in de wet vastgelegd.
Ja. Een man kan spermadonor worden bij een spermabank als hij tussen de 18 en 45 jaar oud is. Een vrouw kan eiceldonor worden bij een eicelbank als zij tussen de 23 en 36 jaar oud is. Heb je zelf iemand gevraagd om donor voor je te zijn, dan gelden deze leeftijdsgrenzen niet. Deze leeftijdsgrenzen zijn niet voor niets bepaald, dus ook bij een bekende donor is de leeftijd van de donor wel iets om rekening mee te houden.
Blijf op de hoogte
De wereld rondom donorconceptie staat niet stil. Wil je op de hoogte blijven van relevante onderzoeken, nieuws en actuele ervaringen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.