solomoeder

Samen met jouw kind(eren) vorm je een solomoedergezin, mogelijk gemaakt met hulp van een donor. Een gezin zoals veel andere gezinnen. Elk gezin kent momenten waarop alles lekker loopt, en momenten waarop dat minder is. Leuk en minder leuk, boos en blij – het hoort allemaal bij het leven.

En toch ook een beetje anders: er is maar één ouder en bij jouw gezin hoort een donor. Aan de samenstelling van jouw gezin is voor de buitenwereld zichtbaar dat er een donor betrokken is geweest. Donorconceptie geheim houden is niet aan de orde.

Het is aan jou als moeder om de donor een plek te geven in het verhaal over hoe jij en je kind(eren) een gezin werden. Om met je kind over hem te spreken. Voor de een gaat dat als vanzelf. Voor de ander kan dat gevoeliger liggen. 

Afbeelding
solomoedergezin met donorkinderen

Open praten over de donorconceptie

Als moeder van een kind dat je kreeg met de hulp van een donor heb je de taak om – afgestemd op de leeftijd en ontwikkeling van je kind – je kind daarover te vertellen, en erover in gesprek te gaan.

Dat is meestal niet iets waar je dagelijks mee bezig bent. Maar het is handig om alert te zijn op ‘haakjes’: kleine gebeurtenissen of voorvallen die een aanleiding kunnen zijn om het er weer even over te hebben. Om aanvullende informatie te geven, om weer eens opnieuw te vertellen of om te checken wat er bij je kind is blijven hangen.

Voorbeelden van ‘haakjes’:

  • de geboorte van een kind in jullie naaste omgeving
  • iets wat jullie lezen of zien op televisie
  • als je langs de kliniek rijdt waar je kind verwekt is
  • vragen of opmerkingen uit de omgeving

 

Ook prentenboeken en kinderboeken kunnen een fijn hulpmiddel zijn om met je kind over de donor te praten. 

De donorconceptie hoort gewoon bij het gezin

Er zijn twee zaken die helpen om de donorconceptie, en de donorvader van je kind 'gewoon' bij het gezin te laten horen:

  • het vertrouwen waarmee jij als moeder gekozen hebt om een kind te krijgen met de hulp van een donor. Ouders die zich comfortabel voelden en voelen bij hun keuze voor donorconceptie, dragen dat impliciet uit naar hun kind. Ook voor hun kind zal het dan meestal geen ‘big deal’ zijn.
  • het tweede punt volgt meestal uit het eerste: van jongs af aan open zijn over de donorconceptie naar het kind en de omgeving
Delen op: FacebookTwitter