Donor worden bij een spermabank

Spermabanken zijn altijd op zoek naar mannen die donor willen zijn. Mannen die zich aanmelden doorlopen een traject om te bekijken of zij geschikt zijn. Als dat zo is, wordt het sperma verzameld, ingevroren en bewaard.

  • een spermadonor sluit een overeenkomst met een spermabank
  • spermabankdonoren zijn identificeerbare donoren. Dat betekent dat de wensouder(s) en het kind niet weten wie de donor is, maar de kliniek weet dat wel
  • een spermadonor mag niet zeggen voor wie zijn sperma wel of niet gebruikt mag worden. De spermabank kiest welke donor voor welke wensouder(s) gebruikt wordt
  • als er een kind verwekt is met het sperma, geeft de kliniek de gegevens van de donor door aan de Stichting Donorgegevens
  • als het kind 16 jaar of ouder is, mag zij weten wie de donor is
  • in de Wet Donorgegevens kunstmatige bevruchting staat wie er op welk moment gegevens over de donor op mag vragen

Wie kan er spermadonor worden?

Gezonde mannen die tussen de 18 en 45 jaar oud zijn, kunnen spermadonor worden. Maar niet iedereen is geschikt. Daarom worden mannen eerst medisch en psychologisch onderzocht. De kwaliteit van hun sperma moet goed zijn en er mogen geen erfelijke ziektes zijn in zijn familie. Er zijn in Nederland 8 spermabanken.

Hoe ziet het medisch onderzoek eruit?

  • De donor vult een uitgebreide medische vragenlijst in
  • De donor wordt onderzocht op seksueel overdraagbare aandoeningen
  • De kwaliteit van het sperma van de donor wordt onderzocht.
  • De donor krijgt een klinisch genetisch onderzoek 

 

Een arts beoordeelt de uitkomsten. Donoren met milde erfelijke aandoeningen kunnen worden geaccepteerd als donor (denk dan bijvoorbeeld aan kleurenblindheid). Niet iedere spermabank zal dat ook doen. 

Een man die niet helemaal gezond is, of bij wie erfelijke ziektes in de familie zijn wordt afgewezen en kan geen donor worden. Ook als de kwaliteit van het sperma niet goed is, wordt een donor afgewezen. 

Hoe ziet het psychologisch onderzoek eruit?

De donor heeft een gesprek met een deskundige van de spermabank. Dat kan een psycholoog, een maatschappelijk werker of een gespecialiseerde arts zijn. Dit gesprek gaat over:

  • zijn motivatie: waarom wil hij donor worden?
  • Wat het betekent om spermadonor te zijn:
    • Minimaal 1x per maand naar het ziekenhuis komen om te doneren, gedurende een of twee jaar
    • Er worden kinderen geboren van wie hij de biologische vader is
    • Die kinderen mogen in de toekomst weten wie hij is en willen hem misschien ook ontmoeten 
    • Het is belangrijk dat zijn eventuele partner en/of gezin weten van zijn donorschap
  • Het aantal gezinnen waarvoor hij donor mag zijn is op dit moment 12 gezinnen. Per gezin kunnen er meerdere kinderen verwerkt worden. Een donor kan kiezen om voor minder gezinnen donor te willen zijn.

 

Het belangrijkste is dat een donor goed weet waar hij aan begint. Als de deskundige daarover twijfelt, zal hij aan de donor vragen er eerst nog eens over na te denken. De donor kan terugkomen voor één of meer extra gesprekken.

De meeste mannen worden donor omdat zij anderen willen helpen. Soms willen mannen donor worden omdat zij zich willen voortplanten of omdat zij nieuwsgierig zijn naar hun vruchtbaarheid. Het is goed om te beseffen dat donorschap daarvoor niet bedoeld is. 

Inschrijven bij de spermabank

Als de uitkomsten van alle onderzoeken goed zijn, kan de donor ingeschreven worden bij de spermabank. De donor moet zich identificeren met een geldig paspoort, een donorcontract ondertekenen en een donorpaspoort invullen.

In het donorcontract staan de volgende afspraken:

  • De donor vindt het goed dat zijn persoonlijke gegevens bewaard worden bij de Stichting Donorgegevens (SDKB)
  • Zijn toekomstige donorkinderen mogen weten wie hij is
  • De donor zorgt ervoor dat hij geen SOA kan krijgen in de periode dat hij doneert
  • De donor zegt gezond te zijn en belooft de arts van de spermabank te laten weten als hij belangrijke medische informatie heeft
  • De donor vindt het goed om voor 12 gezinnen te doneren (of voor minder als dat met hem afgesproken is)
  • De donor belooft zich bij één spermabank in te schrijven*. Hij belooft ook dat hij niet buiten de spermabank om zal doneren.

 

In het donorpaspoort schrijft de donor wat zijn motivatie is om te doneren, iets over zijn persoonlijkheid en dingen zoals wat zijn opleiding en beroep is, wat zijn hobby’s zijn en of hij een partner en kinderen heeft.

* In 2022 wordt de wet veranderd. Er komt een landelijk register waarin donoren van alle spermabanken worden opgenomen. In dat register wordt bijgehouden voor hoeveel wensmoeders een donor al ingezet is.

Doneren en bewaren van sperma

Een donor komt één keer per maand of vaker naar de spermabank om te doneren. Elke keer als hij doneert moet hij een vragenlijst invullen over zijn gezondheid. 

2-3 dagen voordat de donor sperma gaat inleveren, mag hij geen zaadlozing hebben. Hij produceert sperma in een speciaal kamertje bij de spermabank in de kliniek en levert het potje daar gelijk in. Hij ontvangt voor elke donatie een onkostenvergoeding. 

In het laboratorium van de spermabank wordt het sperma bewerkt en ingevroren. Ingevroren sperma kan heel lang bewaard worden. Wel is het zo dat ingevroren sperma iets minder goed is dan vers sperma. Hiermee wordt rekening gehouden bij de behandelingen.

Het sperma wordt niet meer gebruikt als de donor 57 jaar of ouder is (een donor mag tot z’n 46e sperma doneren). De kans wordt anders te groot dat de donor al overleden is als de kinderen contact met hem zoeken als ze 16 jaar of ouder zijn.

Een donor produceert zo vaak sperma dat het genoeg is om het aantal gezinnen mee te helpen wat met hem is afgesproken. Dat kunnen maximaal 12 gezinnen zijn. Hoeveel kinderen daar uiteindelijk door geboren worden kan je niet echt weten. 

Maximaal aantal kinderen per donor

Met de  zaadcellen van een donor mogen maximaal 12 gezinnen geholpen worden. Wensouders mogen meerdere kinderen van dezelfde donor krijgen. Een spermadonor kan er ook voor kiezen om minder dan 12 gezinnen te willen helpen. Meer mag niet. 

Tot 2018 was de afspraak dat er met de  zaadcellen van een donor maximaal 25 kinderen verwekt mochten worden. Dat zorgde soms voor problemen. Bijvoorbeeld als wensouders een tweede of derde kind wilden, maar de donor al 25 kinderen had. Daarom worden nu gezinnen geteld, en geen kinderen meer.

Welke informatie krijgen kinderen over de donor?

De wet geeft kinderen die uit de donaties zijn geboren het recht om informatie over de donor te vragen. De wet (Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting, onder artikel 3: 1a) geeft het donorkind het recht om vanaf 12 jaar te vragen om informatie over:

  • fysieke kenmerken
  • opleidingen
  • beroep

 

Ze kunnen daarbij ook informatie krijgen over persoonlijke kenmerken en de sociale achtergrond van de donor. Deze informatie kan al voordat het kind 12 jaar is, opgevraagd worden door haar ouder(s) (dat staat in de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting onder artikel 3: 1c).

De wet (Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting onder artikel 3: 2) geeft het donorkind het recht om als het kind 16 jaar of ouder is, te vragen om:

  • achternaam
  • voornamen
  • geboortedatum en woonplaats van de donor

 

Dit zijn de zogenaamde persoon identificerende gegevens. Het kind kent daarmee de identiteit van de donor, zij weet wie haar donorvader is. 

Deze persoon identificerende gegevens worden pas aan het kind gegeven als de donor schriftelijk heeft laten weten dat goed te vinden.

Vindt de donor dat niet goed, en maakt hij bezwaar tegen het geven van deze informatie, dan moet de donor toelichten waarom hij dat niet wil. Een commissie beoordeelt of de donor voldoende argumenten heeft om deze informatie niet aan het kind te willen geven. ‘Zwaarwegende belangen’ wordt dat genoemd. Bijna altijd zullen de gegevens wel aan het kind worden gegeven.

Als de donor inmiddels is overleden, of hij is onvindbaar, dan kan de familie van de donor namens hem toestemming geven. 

Contact of een ontmoeting?

Met de persoon identificerende gegevens kan het kind contact met de donor zoeken. Misschien wil zij hem ook ontmoeten. Als de donor dat ook goed vindt, wordt de ontmoeting begeleid, bijvoorbeeld door Fiom. 

Wettelijk is de donor nergens toe verplicht. Hij weet alleen zeker dat de kinderen die uit zijn sperma geboren worden, zijn gegevens krijgen en contact kunnen zoeken.

Kinderen zijn waarschijnlijk nieuwsgierig naar hun donorvader, en hebben vragen over hun afstamming en over de donor als persoon. Voor de ontwikkeling van kinderen is het goed als zij antwoorden krijgen op deze vragen. Daarom heeft een donor misschien wel een maatschappelijke verplichting om deze kinderen te laten zien van wie zij voor de helft genetisch afstammen. Waar een deel van hun DNA vandaan komt. 

Heeft een donor zeggenschap?

Een donor kan niet zeggen voor wie zijn sperma wel of niet gebruikt mag worden. Hij doneert zijn sperma aan de spermabank. De spermabank kiest welke donor voor welke wensouder(s) gebruikt wordt. Een donor krijgt nooit informatie over de identiteit van de ouder(s) of het kind.

Het is in Nederland verboden om sperma te verkopen. Een donor krijgt dan ook geen geld voor zijn donaties. Hij krijgt alleen een onkostenvergoeding. Die is maximaal € 75 per keer dat hij doneert.

Een donor kan altijd om begeleiding vragen. En een donor mag het sperma dat hij gedoneerd heeft en wat ingevroren is, laten vernietigen als hij niet meer wil dat het wordt gebruikt.

Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting

De regels over het beheren en verstrekken van gegevens over donoren staan in de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting

FacebookTwitterInstagram

Anderen zochten ook op
donor worden wet- en regelgeving