Hetty: 'Het geheim zat mij in de weg'

Hetty en haar man kregen in de loop van de jaren ’80 twee kinderen met behulp van een spermadonor.

Hetty: 'Toen mijn man onvruchtbaar bleek, hebben we de keuze voor donorconceptie eigenlijk best snel gemaakt. Dat zegt denk ik iets over hoe wij in het leven staan. We nemen het leven zoals het komt: als er iets niet kan, wat kan er dan wel? Donorconceptie vonden we allebei een mooie oplossing om toch kinderen te kunnen krijgen. Voor mij betekende het dat ik de kans kreeg om een kind te dragen en ter wereld te brengen.

Vertel het niet!

We hadden een goed gevoel bij de arts die ons hielp. Het was een vriendelijke man en de procedure en de behandeling gebeurden zorgvuldig, al bleef het vreemd om na sluitingstijd een afspraak in het ziekenhuis te hebben.

De arts was heel stellig: we zouden ons kind nooit over de donorconceptie mogen vertellen, dat zou niet goed zijn. Niet voor het kind en niet voor ons. Hij zou zelf ook alle informatie vernietigen.

Dat hij dat ook gedaan had, bleek een paar jaar later toen we terugkwamen omdat we graag een tweede kind wilden. We vroegen of we dezelfde donor konden krijgen. Daarop reageerde hij bijna verontwaardigd: hoe kon hij nog weten wie dat was, alle gegevens waren immers vernietigd!

Donorconceptie op de achtergrond

Afbeelding
Gezinsfoto

Toen de kinderen er waren, raakte de donorconceptie op de achtergrond. We vergaten bijna dat mijn man niet hun biologische vader was. Alleen als het om karaktereigenschappen ging, die we wel of juist niet herkenden, dachten we aan de donor.

Een paar naaste familieleden wisten dat we hulp hadden gehad van een donor, maar ook met hen spraken we er vrijwel nooit meer over. Het speelde gewoon niet zo’n rol.

'Ik wil dit geheim niet meer'

Toch voelde ik al snel dat het geheim mij in de weg zat. Ik vond het al lastig om mijn kinderen wijs te maken dat Sint en Piet bestonden. Niet vertellen dat hun vader niet hun biologische vader was, was nog veel moeilijker. Ik vroeg me af waarom het eigenlijk niet goed zou zijn om de kinderen te vertellen over de donor, en of we dat toch niet ooit een keer zouden moeten doen.

Ook de tijdsgeest speelde mee. Steeds vaker werd er in televisieprogramma’s gesproken over donorconceptie. Het werd ook duidelijker dat het belangrijk is voor kinderen om te weten waar ze vandaan komen.

Ik voelde sterk dat ik dit geheim niet meer wilde. Niet eerlijk kunnen zijn als mensen zeiden: ‘kijk, net z’n vader’, terwijl dat natuurlijk helemaal niet kon. Dat viel me steeds zwaarder. Ik wilde mijn kinderen niet tekort doen door ze de informatie over hun ontstaansgeschiedenis te onthouden.

Besluit: we gaan het hun vertellen

Mijn man aarzelde. Hij was bang voor de reactie van de kinderen, bang voor een afwijzing als vader. Uiteindelijk hebben we samen besloten om het hun te gaan vertellen. Dat is nu 11 jaar geleden, de jongens waren toen eind 20.

We hebben de jongens gevraagd om te komen. ‘Nee, er is niets ernstigs aan de hand, we zijn niet ziek, we gaan niet dood, maar we vinden het wel fijn als jullie komen’. Natuurlijk geeft zo’n uitnodiging onrust, en onderweg naar huis hebben ze van alles bedacht.

Angst voor afwijzing

Ik praat makkelijker dan mijn man, dus ik heb in eerste instantie het woord genomen. Ik heb hun verteld dat hun vader niet hun biologische vader is, en dat zij in het ziekenhuis zijn ontstaan met hulp van een donor. Dat het niet meer goed voelde om dit nog langer geheim te houden.

Het was een schok voor de jongens, maar ze zijn niet uitgevallen of boos geworden. Later hebben we begrepen dat ze die boosheid wel degelijk gevoeld hebben. Ik heb het idee dat ze ons hebben willen sparen door hun boosheid niet direct naar ons te uiten. 

Bij het vertrek hebben ze hun vader omarmd, en benadrukt dat hij echt hun vader bleef. Dat was heel belangrijk voor hem, dat was zijn grootste angst geweest, afgewezen te worden als vader.

Waarom zo lang gewacht?

In de periode erna hebben we veel telefonisch contact gehad. Ik wilde weten hoe het met hen was, hoe ze er nu bij zaten. Met hun ontstaansgeschiedenis waren ze wel oké. Maar ze vonden het jammer dat we zo lang hadden gewacht om het hun te vertellen.

Dat de jongens halfbroers zijn, dat wisten we al. Ze zijn ook heel verschillend zowel in uiterlijk als  karakter. Het feit dat ze een ontstaansgeschiedenis delen, heeft hen dichter bij elkaar gebracht. Het heeft ook tal van puzzelstukjes op hun plek doen vallen.

Wie is mijn donorvader?

Nadat het allemaal een beetje geland was, wilden ze toch gaan uitzoeken wie hun donorvader is. Dat hebben wij volledig gesteund. We vonden het belangrijk dat zij familiebanden konden gaan ontdekken. De één weet inmiddels wie zijn donorvader is en heeft een heel aantal halfbroers en halfzussen gevonden. We leven mee en vinden het leuk als er weer een nieuwe match is. Helaas heeft de ander nog niet één match.

Kind van dokter Wildschut

En toen raakten we in een heel ander verhaal verzeild: één van onze kinderen bleek een kind van onze behandelende gynaecoloog, dokter Wildschut te zijn. In eerste instantie hebben we Wildschut verdedigd. We hadden destijds zo’n goed gevoel bij deze man. We wilden ook nu van het goede uitgaan.

Maar nu er steeds meer halfbroers en -zussen opduiken, roept dat ook bij ons vragen op: waarom heeft hij dit gedaan? Die bezoekjes aan het ziekenhuis na sluitingstijd zijn in een ander licht komen te staan. Ook toen moet er toch wel eens iemand gedacht hebben: hier komen kinderen uit voort…

Verder vertellen

Nadat we het de jongens verteld hebben, hebben we het snel daarna ook aan goede vrienden verteld. Niemand had ooit enig vermoeden gehad. Sommigen waren geschokt, anderen namen het makkelijker op.

‘Jullie praten er zo makkelijk over’, krijg ik nu vaak terug. Maar het heeft toch meer impact gehad dan we ons gerealiseerd hebben. Met name het Wildschut-verhaal is een rollercoaster geweest.

Voor wie nog aarzelt: vertel het!

We zijn heel blij met onze jongens, en staan nog helemaal achter ons besluit van toen. KID vind ik een mooie oplossing om toch een kind te kunnen krijgen. Maar met de kennis van nu zou ik hen van jongs af aan, spelenderwijs, verteld hebben hoe het zit.

Aan ouders die, net als wij, jaren geleden op het hart gedrukt is de donorconceptie geheim te houden, zou ik willen zeggen: vertel het. Twijfel niet, wees niet bang. Helemaal met de opkomst van internationale DNA-databanken: je wilt toch niet dat je kinderen er op die manier achter komen?

Ik weet dat de grote angst van de niet-biologische ouder is om afgewezen te worden. Maar ik heb ondertussen vaak gehoord dat veel donorkinderen meer moeite hebben met de geheimhouding dan met het ontbreken van een biologische band.

Je doet je kinderen echt tekort door het niet te vertellen. Als jij het je kind(eren) nog niet verteld hebt, kan ik alleen maar zeggen: twijfel niet langer en doe het.'

 

Meer over het op latere leeftijd vertellen

FacebookTwitter